‘Complotdenken’ : Een Apodictische Verhandeling

  • een propositie die de eigen negatie impliceert is noodzakelijkerwijs foutief – een propositie geïmpliceerd door de eigen negatie is noodzakelijkerwijs correct

 

Voor een complot- of samenzweringstheorie geldt hetzelfde als voor elke, om het even welke, theorie; het is als een argument: van behoorlijk sterk tot uiterst zwak; van zeer aannemelijk tot hoogst onwaarschijnlijk, en wordt mede bepaald door de elementen waar een theorie uit bestaat, plus causaliteit: tot in hoeverre is er een oorzakelijk verband aan te tonen of aannemelijk te maken.

Dat complotten bestaan is wel duidelijk, hoe willen we anders sociale misstanden w.o. georganiseerde misdaad verklaren?

In argumentvorm:

Als het waar is dat complotten/samenzweringen niet bestaan – slechts of enkel ‘waandenkbeelden’ en ‘verzinsels’ van ‘complotgekkies’ en ‘aluhoedjes’ zijn – zoals wel wordt beweerd – dan is het ook waar dat de talloze vormen van georganiseerde misdaad niet bestaan. Echter, georganiseerde misdaad bestaat. Ergo: complotten/samenzweringen bestaan.

Die discussie hoeven we dus niet te voeren. Het struikelblok is in deze niet zozeer het begrip ‘complot’, eerder het begrip ‘theorie’.

Er zijn mensen die denken dat ‘theorie’ iets in-het-wilde-weg roepen betekent, terwijl het een uitleg van bepaalde verschijnselen is die wordt ondersteund door een verzameling feiten en die gelijksoortige, ondersteunende theorieën verenigen zoals argumentatie-theorie, cel-theorie, zwaartekracht-theorie, evolutie-theorie, ‘sommige-mensen-zijn-te-dom-om-voor-de-duvel-te-dansen-theorie 🙂 enzovoort.

Theorie

. een voorgestelde verklaring (van iets) waarvan de status nog conjecturaal is (in tegenstelling tot gevestigde proposities die worden beschouwd als het melden van vastgestelde feiten)

. een coherente groep van algemeen aanvaarde stellingen die wordt gebruikt als verklaring voor een klasse van verschijnselen

Een theorie zonder bewijs ter ondersteuning ervan blijft dus ‘slechts’ een theorie; een hypothese.

Echter, zodra een bewijsstuk, hoe minimaal dan ook, ter ondersteuning van een theorie wordt verstrekt, dan verwordt de theorie tot een mogelijkheid en des te meer bewijs ter ondersteuning van een theorie wordt verzameld, hoe waarschijnlijker de theorie wordt – tot aan het punt waar het dwaas zou zijn het verzamelde bewijs te ontkennen, zelfs crimineel om het verzamelde bewijs achter te houden.

In deze is een theorie dus niet “Hé, ik heb wat willekeurige gedachten over dit en dat”, integendeel, het is ’t tegenovergestelde. Een theorie is in deze een compilatie van alle (beschikbare) gegevens (in verwijzing naar een onderwerp) en wanneer we convergerende lijnen van (wetenschappelijk) denken hebben, fuseren ze tot een werkbare theorie.

Een nieuw te vormen theorie kan derhalve niet in strijd zijn met direct-gerelateerde, reeds toepasbare theorieën. Daarom verklaart ‘de wetenschap’ een onderbouwde theorie nooit als waar, maar als ‘voorlopig waar’ (‘provisionally true’), omdat de (oprechte) wetenschap beseft dat mede aan de hand van verder onderzoek en daarmee voortschrijdend inzicht, een theorie, hoe degelijk onderbouwd dan ook, te allen tijden onderhevig is aan modificatie.

Theorieën kunnen veranderen, aangepast worden, of de manier waarop ze geïnterpreteerd worden kan veranderen – de feiten echter, veranderen niet, feiten zijn onveranderbaar.

Samengevat

Mensen beseffen heel goed dat dingen niet vanzelf gebeuren. Dingen gebeuren omdat mensen dingen doen. Als mensen niet zouden handelen, zou er niets gebeuren, behalve de natuur. Dus, daar waar de menselijke hand bij betrokken is, gebeuren dingen op één van twee manieren: per ongeluk (onbedoeld) of expres (opzettelijk). Er zijn geen andere opties.

‘Complotdenken’ is derhalve niet per definitie ‘onzin’, eerder een logisch gevolg of op z’n minst een geval van ‘rekening houden met’; ‘niet uitsluiten dat’, in de zoektocht naar een verklaring voor iets (‘ongrijpbaars’) omdat over het algemeen wel begrepen wordt dat zowel daden als misdaden die planning en organisatie behoeven niet toevallig, per ongeluk of uit zichzelf plaatsvinden; het zijn immers bewuste acties, geen onbewuste handelingen of natuurlijke verschijnselen.

  • de mate van waarheid; toepasbaarheid, van een theorie of een wetmatigheid bestaat daarin tot in hoeverre die bevestigd wordt in de praktijk

Bron: ‘Feit of Fictie’
https://social.nieuwsboek.nl/groups/FoF

Scroll naar top